Dyslectisch … en het kiezen van een secundaire school

 

Niet alle dyslectische kinderen worden in het basisonderwijs gediagnosticeerd doordat het kind over compensatiemogelijkheden beschikte of door gebrek aan kennis van leerkrachten. In het secundair kan dan toch plots duidelijk worden dat een kind leesproblemen heeft.

 

Secundaire scholen verwachten heel wat van leerlingen:

  • Redelijk werktempo
  • Begrijpen van lange, ingewikkelde teksten
  • Leren van meerdere talen

 

Vooral het begin van het secundair is het moeilijkst: onvoldoendes voor talen en zaakvakken, vaak resulterend in een advies voor een lager onderwijstype. (Van school veranderen heeft geen effect als het kind geen hulp krijgt.)

 

Problemen kunnen optreden bij:

 

 

  • Automatisering:
    • Woordbeeldherkenning (probleem lay-out schoolboeken)
    • Onthouden losse feiten
    • Formules
    • Twee dingen tegelijk doen: aantekeningen maken, luisteren in een rumoerige klas
    • informatieverwerving
  • Vreemde talen: nieuwe klank-tekenkoppelingen (Engels: 40 klanken met 1000 verschillende schrijfwijzen)
  • Verbaal:
    • woordvindingsproblemen
    • formuleren: korte zinnen
  • Exacte vakken: taligheid van tegenwoordige wiskunde
  • Zaakvakken:
    • technisch lezen veroorzaakt:
      • traag tempo
      • moeite met begrip
    • onthouden losse feiten
      Studieadvies: concentreer je op stof begrijpen i.p.v. op losse feiten
  • Natuur-en scheikunde: contextloze feiten moeilijk te onthouden
  • Concentratie:
    • Zwak werkgeheugen veroorzaakt concentratieproblemen
    • Moeite met afsluiten voor storende geluiden (vooral lastig tijdens proefwerken)
  • Sociaal-emotioneel
  • Taalontwikkeling: blijft achter
  • Links/rechts-onderscheid
  • Tijdgevoel:
    • Ontbreken van tijdgevoel
    • Onverwachte wijzigingen brengen kind uit balans

 

 

Uiteraard verschillende problemen per kind. Niet elk kind heeft overal last van. Dit betekent ook dat de te bieden hulp aangepast moet zijn aan de behoefte van het kind. Niet elk dyslectisch kind heeft bijv. behoefte aan tijdsverlenging of een vergroot lettertype.

 

 

Wat kan een school doen?

 

De aanpak wordt vaak samengevat met het letterwoord STICORDI. Dit staat voor STImuleren – COmpenseren – Remediëren - DIfferentiëren. 

 

Als ouders en school een STICORDI-aanpak afspreken, helpt dat een kind met leerstoornissen erg vooruit. De juiste aanpak verschilt van kind tot kind. De invulling van de STICORDI-afspraken gebeurt dus best op maat, in samenspraak met de school, de leerkrachten, het zorgteam, het CLB, andere begeleiders …

 

Stimuleren = aanmoedigen: de sterke kanten van het kind benadrukken, begrip tonen voor z’n problemen, aanmoedigen om goed werk te leveren. Bv.: de leerkracht Godsdienst verbetert de taal- en spelfouten in een toets niet in het rood. Het kind krijgt een compliment voor wat goed is in de test.

Compenseren = gelijk trekken, in balans brengen: het kind krijgt hulp of hulpmiddelen zodat het dezelfde resultaten kan bereiken als z’n klasgenootjes. Bv.: het kind mag op de laptop werken en ADIBoeken gebruiken.

Remediëren = oplossingen en hulp op maat geven: het kind krijgt individuele begeleiding en aandacht. Bijv.: de leraar wijst het kind op fouten in een dictee, zodat het kind ze zélf kan verbeteren.

Differentiëren = zelfde leerdoelen en taken iets anders aanpakken: het kind hoeft niet alles op dezelfde manier te doen als de klasgenootjes. Bv.: een kind moet niet hardop voorlezen in de klas.

 


 

Relatie ouder-school:

 

Enig begrip voor de kant van de leraar is op zijn plaats.

 

Leraren zijn over het algemeen zwaar belaste, hard werkende mensen voor wie het vak er in de loop der jaren niet makkelijker op is geworden. De afgelopen decennia zijn er veel onderwijsvernieuwingen doorgevoerd. Leerlingen zijn veel mondiger geworden. Een klas met dertig assertieve pubers iets bijbrengen (en dat vaak zes of zeven keer op een dag), is geen makkelijke opgave. Veel leerlingen vragen veel aandacht. De goede bedoelingen van een docent kunnen daardoor soms niet uit de verf komen.

 

Benader docenten daarom niet als tegenstanders, maar toon begrip voor hun situatie. Daarmee bereikt u dat docenten zich willen (blijven) inzetten voor uw kind.

 

 

 

Adviezen

 

  • Het allerbelangrijkste aspect waar u op moet letten bij de keuze van een school voor uw kind is:
    • Het dyslexiebeleid moet door alle docenten ondersteund worden. De bereidheid van het hele docententeam moeite te willen doen voor uw dyslectische kind is veel belangrijker dan een papieren dyslexiebeleid.
  • Op een kleinere school is het makkelijker een structuur te creëren waarbij leerlingen met leerproblemen goed begeleid worden. Het is makkelijker omdat iedereen elkaar kent. Grote scholengemeenschappen die een leerlinggerichte aanpak hebben, hebben echter ook een dergelijke houding.
  • Bereid een bezoek aan de open avonden en open dagen voor:
    • Bekijk wat de website van de scholen over het dyslexiebeleid zegt. Vraag het dyslexiebeleid aan bij de scholen waar u in geïnteresseerd bent.
    • Oriënteer u op wat de mogelijkheden zijn van een school.
    • Probeer te formuleren aan wat voor begeleiding en aan welke voorzieningen uw kind behoefte heeft. Gebruik daarvoor bovenstaande informatie.
  • Bezoek open avonden en - dagen:
    • Praat met de zorg- of dyslexiespecialist. De dyslexiespecialisten zijn gemotiveerde mensen die de zaken goed op een rij hebben en het beste met uw kind voor hebben.
    • Praat daarna met individuele docenten: talen, maar ook wis- en natuurkunde. Enig doorvragen zal duidelijk maken op het dyslexiebeleid schoolbreed gedragen wordt. Hou daarbij de specifieke problemen die zich mogelijk kunnen voordoen bij de verschillende vakken in uw achterhoofd. Probeer er achter te komen of de docent überhaupt op de hoogte is van de soort problemen die dyslectische kinderen kunnen hebben bij hun vak. (Zie boven). Vraag ook hoe ze omgaan met spellingsfouten.
    • Bekijk de lesboeken en vraag bij een chaotische of rommelige lay-out, hoe de docent dit probleem oplost.
    • Weest u zich ervan bewust dat open dagen en –avonden bedoeld zijn om leerlingen te werven. Scholen die niet zo’n solide dyslexiebegeleiding hebben en misschien liever geen kinderen met leerproblemen in hun school halen, zullen daarom toch ongemerkt in een wervende houding terecht komen.
  • Als u uw keuze hebt gemaakt, maak dan een afspraak met de dyslexiespecialist of de brugklascoördinator van de school om rustig te praten over de specifieke mogelijkheden voor uw kind.
  • Informeer bij andere ouders van dyslectische kinderen over hun ervaringen met een school.
  • U kunt eventueel aansluiten bij een oudervereniging zoals Sprankel om op de hoogte te blijven van de nieuwste ontwikkelingen, zoals nieuwe ict-hulpmiddelen en nieuwe wetgeving ten aanzien van het dyslexiebeleid.

 

 

 

Meer informatie en adviezen over dit onderwerp zijn te vinden in de infotheek van www.letop.be

 

Hoger Onderwijs

 
Ook in het Hoger onderwijs is meer en meer aandacht voor de begeleiding van studenten met dyslexie of andere leer/leesproblemen.
 
 
 

Het Makkelijk Lezen Plein is
een initiatief van:


© ProBiblio; Makkelijk Lezen Plein 2011

 

In België in samenwerking met:

 

naar boven